Ik heb toch gelijk?

De vervolgvraag is dan vaak: “Maar waarom krijg ik het dan niet?”

Dit is iets waar ik vooral in het verleden regelmatig tegenaan liep. Ik wist dat ik gelijk had, maar die ander begreep het gewoon niet of wilde het niet begrijpen. Ik weet zeker dat iedereen zich wel eens afvraagt, waarom die ander eigenwijs of halsstarrig bij zijn eigen mening blijft. Wat zit daar achter? Waarom kunnen anderen mij niet gewoon gelijk geven?

Ik heb toch gelijk

Nu ik al wat langer met Breinvoorkeuren werk (en ik het ook in mijn boeken, trainingen en coaching toepas), wordt mij steeds meer duidelijk. Ik wou dat ik er vroeger in mijn carrière kennis mee had gemaakt, dat had me een hoop ellende bespaard. Veel meer discussies hadden gewoon conversaties kunnen worden en in alle oprechtheid kunnen eindigen in WIN-WIN oplossingen in plaats van WIN-VERLIES (of zelfs VERLIES-VERLIES) uitkomsten.

Met Breinvoorkeuren had ik mijn communicatie veel beter op mijn gesprekspartner af kunnen stemmen en Stephen Covey’s vijfde eigenschap (eerst begrijpen, dan begrepen worden) echt toe kunnen passen. Dan had ik ook begrepen waarom ik geen gelijk kreeg, terwijl ik het (naar mijn mening) wel had.

Eén van de directeuren waar ik mee gewerkt heb, zei me wel eens: “Sjoerd, je kunt wel gelijk hebben, maar nu moet je het nog zien te krijgen!” Meestal was dat nadat een gesprek voor mij niet de juiste resultaten opleverde en ik daarover mijn frustraties uitte.

“Ja”, dacht ik, “Jij hebt makkelijk praten, jij hoeft niet dagelijks met die persoon te werken!” Bovendien verzuimde hij mij te vertellen hoe je dan wel gelijk kon krijgen. Waarschijnlijk wist hij het zelf ook niet, want veel van zijn gesprekken verliepen verre van soepel.

Inmiddels heb ik behoorlijk wat bijgeleerd en weet ik beter hoe ik mijn gelijk wel kan krijgen, of, wanneer de ander betere inzichten heeft, mijn mening aan kan passen. Het “grote geheim” is je te verdiepen in je gesprekspartner. Probeer hem eerst te begrijpen.

  • Welke belangen spelen voor hem een rol?
  • Door wie wordt hij beïnvloed?
  • Wie worden door hem beïnvloed?
  • Wat zijn de gevolgen van zijn beslissingen?
  • Kan en mag hij besluiten nemen?
  • Hoe neemt hij zijn besluiten?
  • Is logica belangrijk, of juist het onderbuikgevoel?
  • Is hij bezorgd om zijn team?
  • Houdt hij strikt vast aan procedures en voorschriften?

Heel veel van deze vragen kan je beantwoorden wanneer je inzicht hebt in Breinvoorkeuren. Je kunt inschatten hoe je gesprekspartner bij voorkeur denkt en kunt daar je communicatie op afstemmen. Als je de juiste snaren weet te raken, komt het gelijk ook jouw kant op. Je brengt jouw communicatie op zijn golflengte en hebt daardoor een grotere kans op een zinvol gesprek.

Gebruik deze kennis wel op de juiste manier, namelijk om WIN-WIN situaties te creëren. Manipulatie mag vaak de snelste en eenvoudigste weg lijken, maar zal uiteindelijk alleen maar tot een VERLIES-VERLIES situatie leiden.

Met Breinvoorkeuren wordt het denken in vier kwadranten, met ieder twee dimensies, opgedeeld. Iedere dimensie vertegenwoordigt clusters van denkactiviteiten in de hersenen. Hoe mensen bij voorkeur denken, verschilt van mens tot mens en kan inzichtelijk gemaakt worden met behulp van een Breinvoorkeurenprofiel.

Wanneer je voor jezelf een Breinvoorkeurenprofiel hebt, heb je inzicht in jouw voorkeuren voor denken en zie je ook duidelijk waar je voorkeuren niet naar uitgaan. Wanneer je met iemand in gesprek bent die heel andere Breinvoorkeuren heeft , kan je aanvankelijk het gevoel hebben dat die persoon er niets van begrijpt. Kan je echter begrijpen dat het hier slechts een andere voorkeur van denken betreft, die overigens net zo valide is, dan kan je daar rekening mee houden.

Lange tijd werd aangenomen dat bepaalde denkprocessen in de linker hersenhelft plaatsvonden en andere aan de rechterkant. Uit voortschrijdende inzichten uit de neuropsychologie blijkt echter dat het eerder clusters van energie zijn, die verspreid over de hersenen actief zijn.

NBI rechtsIn de Breinvoorkeuren hebben we het nog wel over L1 en L2 om de kwadranten in de linker hersenhelft aan te duiden en R1 en R2 voor de kwadranten aan de rechterzijde. Of de processen aan de linker- of rechterzijde plaatsvinden is in wezen ook niet bijzonder interessant wanneer je de Breinvoorkeuren in de praktijk toepast.

Om je een ruw idee te geven van hoe men bij voorkeur denkt als men de Breinvoorkeuren in een bepaald kwadrant heeft, heb ik het volgende overzicht:

Breinvoorkeuren in L1:

  • Feiten en analyse zijn belangrijk.
  • Rationeel denken heeft de voorkeur.
  • Men is resultaatgericht.
  • Informatie is degelijk en goed onderbouwd.

Breinvoorkeuren in L2:

  • Oog voor details.
  • Systematisch en gestructureerd werken.
  • Voorkeur voor ervaring en bewezen methoden.
  • Gepland en volgens procedures werkend.

Breinvoorkeuren in R2:

  • Nadruk op samenwerking.
  • Is mensgericht.
  • Is begripvol.
  • Werkt op gevoel.

Breinvoorkeuren in R1:

  • Oog voor het grote geheel.
  • Is visionair.
  • Houdt van afwisseling.
  • Denkt graag in beelden en metaforen.

De typeringen hierboven zijn zeer vereenvoudigd weergegeven en kunnen zeker niet gebruikt worden om mensen van labels te voorzien. Voor een goed inzicht in je eigen Breinvoorkeuren, is een Breinvoorkeurenprofiel met een uitleg van een licentiehouder nodig.

Begrijp je jouw voorkeuren en kan je die van anderen inschatten, dan heb je al flinke stappen gemaakt richting wederzijds aantrekkelijke oplossingen en zal je vaker gelijk krijgen. Wie wil dat nou niet?

Succes met je communicatie!

Voor vragen over Breinvoorkeuren mag je me ook bellen of mailen.
Telefoon: 06-28149402
E-mail: info@lesseninleiderschap.nl 

 

Photo credit uitgelichte afbeelding: Fairy Heart ♥ / Foter / CC BY-SA

, ,

No comments yet.

Geef een reactie

Website gerealiseerd door Webalist B.V.